Verschillen tussen groene daken: de beplanting met de dikte van de voedingsbodem.
Er zijn verschillende groene daken. Die verschillen worden bepaald door de ondergrond (het bouwwerk), de beplanting en het gebruik.
De beplanting bepaalt de soort en dikte van de voedingsbodem en daarmee het gewicht op het dak of de mogelijke schuinte van het dak.
De ondergrond moet altijd waterdicht zijn. De ondergrond moet het extra gewicht van een groendak kunnen dragen. Afhankelijk van de toelaatbare draagkracht van de constructie kan de beplanting en/of de gebruikswijze worden gekozen. De draagkracht moet een deskundige (constructeur) bepalen. de dakbedekking een dakdekker.
Het gebruik en de verdere mogelijkheden maken een keuze compleet.
Sedums vragen om een voedingsbodem met een dikte van 4 centimeter voor sedummatten en 6 centimeter voor sedumpluggen.
Een dakbloemenweide vanaf 5 centimeter laagdikte (of dikker)
Wildflowers -mix van sedums en specifieke wilde bloemen- hebben een substraatlaag nodig van > 12 centimeter dikte. Een mix met kruiden en grassen vanaf 19 centimeter laagdikte.
Kruiden kunnen gepoot of aangelegd worden in een voedingsbodem vanaf 11 tot 15 centimeter.
Grassen vragen om een voedingsbodem vanaf 19 centimeter tot 32 centimeter.
Groendak kijkt niet naar “intensieve of extensieve” daken maar naar de beplanting en die bepaalt de soort en laagdikte van de natuurlijke voedingsbodem.
Offerte aanvragen