Dakbloemenweide

Dakbloemenweide

Zie korte film / YouTube

De dakbloemenweide biedt een unieke variant groendak, waarbij het bloemenweide dak wordt ingezaaid tijdens de aanleg. Dit proces omvat het zorgvuldig verspreiden van zaden over het dakoppervlak, waarna ze de kans krijgen om te kiemen en te groeien. Het resultaat is een  biodivers daklandschap, dat op natuurlijke wijze evolueert en zich aanpast aan de omgeving.

Met ruim 40 inheemse plantensoorten op het dak vergroot de biodiversiteit en wordt het klimaat geholpen. Dakbloemenweide is een zelfvoorzienend, niet-verspillende kringloopsysteem volgens een uitgekiende natuurlijke methode met een natuurlijk bodemleven. Functies als voeding, voortplanting, beschutting en nestmateriaal worden door verschillende planten ingevuld. Bovendien komt elke plant op het dak tot zijn recht omdat het ter plaatse is gekiemd en gegroeid. Dit zorgt voor een maximale diversiteit en vitaliteit van de vegetatie. Een verandering in gedrag en perceptie is essentieel om deze transitie te laten slagen.

Aanleg

De aanleg van de dakbloemenweide® begint bij een geschikte dakbedekking (die niet te oud is). Bijvoorbeeld een (wortelwerend) bitumen of EPDM als ondergrond, de dakbedekking wordt niet door Groendak gemaakt. Daarop wordt de groendakopbouw aangebracht (beschermlaag, drainagelaag en filterlaag). Bij een vegetatievrije zone wordt aan de randen op de filterlaag een speciaal of niet-geperforeerd hoekprofiel verlijmd. Dit profiel voorkomt dat, door de verfijnde hoedanigheid van het substraat en zaden, deze in de vegetatievrije zone belanden. Vervolgens wordt de volledige substraatlaag gelijkmatig aangebracht. De aanbevolen dikte is minimaal 50 millimeter na inklink of circa 5½ zak per 5 m². In deze laag worden de leidingen voor pop-up-beregening of vernevelaars ingewerkt (geen druppelslang).

Na het verdelen van het substraat wordt het zadenmengsel ingezaaid. Hiervoor wordt het zadenmengsel gemengd met droog olivijnzand (of scherpzand) met verhouding 1 liter zand per 5 m² (circa 2 gram/m²). Dit helpt bij een gelijkmatige verdeling over het dakoppervlak. Tot slot wordt het dak volledig verzadigd met water, zodat een optimale start van het kiemproces wordt gecreëerd.

Winderosie

In de eerste weken na aanleg ligt het substraat los en zijn de zaden nog niet gekiemd. Hierdoor bestaat het risico dat wind substraat en zaden verplaatst, met kale plekken of uitval tot gevolg. Zeker op hogere of open daken is dit een risico.

Tot en met twee bouwlagen (circa 8 meter hoogte) kan handmatig worden ingezaaid, mits de locatie voldoende beschut is. Vanaf circa 9 meter hoogte adviseren wij een van de volgende maatregelen:

  • Hydroseeding: dit is een veelgebruikte techniek waarbij zaden vermengd met water, bindmiddel en vezels onder druk op het substraat worden gespoten. Dit zorgt voor tijdelijke hechting, voorkomt winderosie en bevordert een gelijkmatige kieming. De hechtingsduur moet minimaal standhouden tot het eerstvolgende bloeiseizoen in het voorjaar.
  • Vegetatiematten (voor begroeid) als direct beschermende laag op de substraatlaag.

De genoemde hoogtegrens is een richtlijn, geen absolute grens. Ook op lagere daken kan sprake zijn van verhoogde windbelasting, bijvoorbeeld bij ligging aan open water,aan de kust of in een poldergebied.  Beoordeel daarom altijd de lokale windgevoeligheid. Bij twijfel adviseren wij om contact met Groendak op te nemen.

Beregening

Een dakbloemenweide® heeft in voorjaar en zomer gemiddeld 2 liter/m² water per dag nodig om zich goed te ontwikkelen. Dit is inclusief de hoeveelheid regen, dus als het voldoende regent, geen water geven.

Met name in het eerste jaar is het cruciaal dat de toplaag vochtig blijft, omdat in deze laag de zaden aan het kiemen zijn. In droge periodes moet er water worden gegeven. Wij adviseren te werken met leidingen, die in het substraat worden gelegd, voor pop-up-beregening of vernevelaars (geen druppelslang). Deze zorgen voor een volledige beregening, liefst ’s morgens vroeg. Deze irrigatiewijze is goed te automatiseren en duurzaam in gebruik. Deze richtlijn voorkomt uitdroging van het substraat en maximaliseert de bloei. Herfst en winter vragen geen extra water: de natuurlijke neerslag is dan ruimschoots voldoende.

Voor wie nauwkeurig wil sturen op waterverbruik, bieden wij sensoren die 24 uur per dag het vochtgehalte meten in zowel de toplaag als de diepere bodemlaag van het substraat. Deze gegevens zijn zichtbaar in een dashboard en geven automatisch melding wanneer het te droog wordt. De sensoren zijn eventueel te koppelen aan de beregening, zodat watergift automatisch kan worden afgestemd op de actuele behoefte van de vegetatie. Zo wordt de dakbloemenweide® optimaal ondersteund, zonder onnodige verspilling van water.

Onderhoud

Eén onderhoudsbeurt per jaar is voldoende en geeft het ecosysteem de ruimte om zich op natuurlijke wijze te ontwikkelen. Denk hierbij aan het afstellen van het irrigatiesysteem, het verwijderen van boomzaailingen en ingewaaide grassen en het controleren van de waterafvoer en vegetatievrije zones. Afgestorven vegetatie mag blijven liggen, want dit is de natuurlijke bemesting en stimuleert een gezond bodemleven.

Maaien is in principe niet nodig bij een dakbloemenweide® dit in tegenstelling tot een bloemenweide op volle grond, waar de vegetatie veel hoger wordt en na de bloei kan omvallen en verstikken, blijft de beplanting op het dak relatief laag. De meeste soorten worden niet hoger dan circa 30 cm. Wanneer er sprake is van plaatselijke verstikking kan het zinvol zijn om selectief te maaien en af te voeren.

Mocht blijken dat bepaalde gewenste soorten zich onvoldoende ontwikkelen of zijn weggevallen, dan kunnen deze in het najaar doelgericht worden bij gezaaid met een maatwerk mengsel. Als soorten te dominant zijn, dan mogen deze selectief worden uitgedund.

Klanten kunnen voorafgaand aan het onderhoud foto’s sturen van de dakbloemenweide®. Op basis daarvan geven wij een maatwerk onderhoudsadvies. Zo blijft het dak in balans en krijgt elke soort de kans zich duurzaam te vestigen.

Garantie

Elke dakbloemenweide® ontwikkelt zich op natuurlijke wijze tot een ecologisch evenwichtig geheel. De soortenrijkdom is dynamisch en kan variëren, afhankelijk van lokale omstandigheden zoals ligging, wind, zon, waterhuishouding en bodemleven. Dit hoort bij de natuurlijke ontwikkeling van deze methode.

Wanneer bepaalde soorten zich ondanks de juiste aanleg en verzorging onvoldoende vestigen, bieden wij gedurende de eerste drie jaar kosteloos een aanvullend zadenpakket aan. Bijzaaien vindt idealiter plaats tijdens het jaarlijkse onderhoud en het extra mengsel wordt afgestemd op het oorspronkelijke mengsel en de specifieke situatie van het dak.

Circulair en duurzaamheid

Wij geloven dat echte duurzaamheid verder gaat dan tijdelijke vergroening. De dakbloemenweide® is ontwikkeld vanuit de ambitie om niet alleen biodiversiteit te bevorderen, maar ook het gebruik van grondstoffen te minimaliseren en bij te dragen aan een circulair gebouwde omgeving. Onze missie is om systemen te leveren die ecologisch waardevol zijn met een minimale behoefte aan materialen.

De substraat- en vegetatielaag vormt een levende biotoop die bewust organisch is opgebouwd en daarmee 100% biobased. Het substraat is herbruikbaar en vrij van kunstmatige meststoffen, plastics en bestrijdingsmiddelen. De vegetatie bestaat uitsluitend uit inheemse soorten. Ook in de vegetatiematten worden geen plastics verwerkt.

De groendakopbouw wordt uitgevoerd met 100% circulaire materialen. Deze lagen zijn volledig demontabel en geschikt voor hergebruik of recycling. Ook de irrigatietechniek is duurzaam en demontabel.

Zo draagt de Dakbloemenweide® niet alleen bij aan biodiversiteit en klimaatadaptatie, maar ook aantoonbaar aan de circulaire ambities en milieuprestaties van het gebouw (zoals MPG, BREEAM en GPR).

De eerste 500 dagen van een dakbloemenweide®

Een dakbloemenweide® is een levend systeem dat zich in de loop van seizoenen ontwikkelt. Anders dan met een vegetatiemat, vraagt een ingezaaid dak om geduld, vertrouwen en het accepteren van een natuurlijk ontwikkelproces. Het resultaat is een ecologisch waardevol dak met meerjarige soorten die jarenlang blijven bloeien.

Fase 1: Inzaai en eerste ontwikkeling

Het dak kan het hele jaar door worden ingezaaid (behalve bij vorst), maar het moment van inzaai bepaalt wanneer de eerste bloei zichtbaar wordt. Wie in het najaar (bijvoorbeeld oktober) inzaait, ziet de eerste bloemen in het daaropvolgende voorjaar. Wie in de winter zaait (bijvoorbeeld eind februari), krijgt in het voorjaar al bloei. In de eerste weken na inzaai is het dak nog kaal en zullen er vooral pioniersplanten zichtbaar zijn. Dit hoort bij het proces; de vegetatie moet wortelen, kiemen en zich geleidelijk vestigen.

Fase 2: Eerste bloeijaar

In het eerste groeiseizoen zie je een rijkdom aan pioniersplanten, waaronder eenjarige soorten zoals klaproos omdat deze soorten snel kiemen en bloeien. Deze zorgen voor kleur en beleving, maar verdwijnen veelal in de volgende jaren. Ongeveer een kwart (circa 10 soorten) van het mengsel bestaat uit dit soort eenjarige. Tegelijkertijd groeien de meerjarige soorten rustig door. Lege plekken, vooral aan de randen, zijn in dit stadium heel normaal en zelfs gewenst. De vegetatie moet nog de ruimte krijgen om zich uit te breiden. Een te dichte begroeiing in jaar één belemmert de ontwikkeling van langlevende soorten in de jaren erop.

Open plekken zijn geen zwakte, maar een kans voor dynamiek. Je kunt deze ruimte benutten om de ecologische waarde van het dak verder te vergroten, bijvoorbeeld door het plaatsen van een paar stammetjes als schuilplek voor insecten, een klein hoopje zand als nestgelegenheid voor wilde bijen of een ondiep schaaltje dat vol kan regenen als waterbron voor vogels.

Fase 3: Tweede bloeijaar en natuurlijke balans

In het tweede bloeijaar ontstaat meer stabiliteit. De meerjarige soorten (ruim 30) hebben zich gevestigd en gaan domineren in het vegetatiebeeld. De eenjarige verdwijnen grotendeels en maken plaats voor diepgewortelde, vaste planten die het dak langdurig dragen. De bloei is meer gespreid over het jaar, het kleurbeeld in balans en de beplanting sluit zich geleidelijk. Kale plekken worden vanzelf opgevuld naarmate soorten zich uitbreiden.

Ook in de winter blijft het dak functioneel en tevens wintergroen: afgestorven stengels en bladresten bieden schuilgelegenheid aan insecten en het bodemleven blijft actief. Dit natuurlijke winterbeeld mag rommelig lijken, maar is juist van grote waarde.

Gras